Van politiecontrole naar CBR-cursus. Wat gebeurt er na een ernstige verkeersovertreding?

Het CBR, een zelfstandig bestuursorgaan, ontving in 2025 de gegevens van ruim 31.000 automobilisten die door de politie zijn aangehouden wegens onveilig rijgedrag of rijden onder invloed van alcohol en/of drugs.
Roekeloos autorijden of rijden onder invloed van alcohol of drugs: de politie treedt er streng tegen op. Wie aangehouden wordt, kan een stevige boete en zelfs rijontzegging verwachten. Minder bekend is dat de politie zulke overtreders automatisch doorstuurt naar het CBR. Voor een onderzoek of een educatieve maatregel.
De meeste mensen kennen het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) van het rijexamen, van nascholingscursussen, rijbewijskeuringen, of het beoordelen van gezondheidsverklaringen. Maar dat is slechts een deel van het takenpakket. Het CBR, een zelfstandig bestuursorgaan, ontving in 2025 de gegevens van ruim 31.000 automobilisten die door de politie zijn aangehouden wegens onveilig rijgedrag of rijden onder invloed van alcohol en/of drugs.
Van deze bestuurders heeft de politie ernstige twijfels of ze überhaupt wel geschikt zijn om veilig de weg op te gaan. De divisie Rijgeschiktheid van het CBR moet dat beoordelen.
Onderzoek
In geval van alcohol- of drugsgebruik kan het CBR opdracht geven tot een onderzoek, legt Marck Tjalsma uit. Hij is manager beoordeling rijgeschiktheid bij het CBR. “Door middel van een gesprek met een psychiater, een lichamelijk onderzoek en een bloed- en of urineonderzoek wordt gekeken of er sprake is van misbruik van psychoactieve middelen zoals alcohol en/of drugs. Het onderzoeksrapport wordt door de psychiater binnen 8 weken na het onderzoek opgesteld en daarna beoordeeld door het CBR.”
Na het onderzoek beslist het CBR of de persoon ‘rijgeschikt’ is. Is dat niet het geval, dan mag hij de weg niet meer op; zijn rijbewijs wordt ongeldig verklaard. Is de betrokkene wel ‘rijgeschikt’, dan wordt vaak aanvullend nog een educatieve maatregel opgelegd: een cursus van meerdere dagdelen met het doel iemands gedrag in het verkeer te verbeteren.
Alcoholpromillage
Zo is er de Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer (EMA), de Educatieve Maatregel Drugs en verkeer (EMD) en de Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer (EMG). Van de maatregelen voor alcohol en gevaarlijk rijgedrag bestaat ook een lichtere variant (LEMA en LEMG).
De EMA wordt bijvoorbeeld opgelegd aan bestuurders die zijn aangehouden met een alcoholpromillage van 1 t/m 1,8. Ter vergelijking: de wettelijke alcohollimiet in Nederland is 0,5 promille voor ervaren bestuurders, dat is ongeveer 2 standaardglazen. (https://vereende.nl/kennis/alcohol-verkeer-hoeveel-glazen-mag-je-drinken/) Wie bij de aanhouding nóg meer alcohol dan 1,8 promille in zijn bloed had, komt niet in aanmerking voor de educatieve maatregel, maar is voorlopig zijn rijbewijs kwijt. Voor beginnende bestuurders liggen de grenzen van wat is toegestaan lager.
Rijbewijs ongeldig verklaard
Het is niet verplicht om deel te nemen aan het onderzoek en de educatieve maatregelen. “Niet iedereen gaat ernaartoe”, zegt Tjalsma. “Maar van de personen die verstek laten gaan, wordt het rijbewijs sowieso ongeldig verklaard. Dus mensen die hun auto nodig hebben, moeten wel.”
Hij geeft een paar cijfers: “In 2025 zijn er ongeveer 7.000 onderzoeken naar alcohol- en/of drugsgebruik opgelegd. Daarvan zijn er circa 3.100 personen naar het onderzoek gegaan. Van die 3.100 werd ruim 75 procent na het onderzoek ongeschikt verklaard om te rijden. Deze mensen mogen dus voorlopig niet de weg op.”
Pas na een jaar kan zo’n bestuurder een aanvraag indienen om opnieuw gekeurd te worden. Voorwaarde is dan dat hij aantoonbaar al ten minste een jaar gestopt is met middelenmisbruik, dat hij rijgeschikt uit het onderzoek komt, en/of netjes de educatieve maatregel heeft gevolgd.
Gedragsbeïnvloeding
Doel van de educatieve maatregelen, die zijn gebaseerd op gedragswetenschappelijke modellen, is gedragsbeïnvloeding. De deelnemers moeten aan de slag met hun eigen casus. Ze moeten vragen beantwoorden, een kennisquiz doen en inzichten verwerven. Bijvoorbeeld met hoeveel glazen je al aan het maximale alcoholpromillage zit.
Tjalsma: “De trainer oordeelt niet, maar laat de cursisten zelf hun conclusies trekken. Vervolgens moeten de cursisten hun eigen plan van aanpak uitwerken en uitvoeren. Dan komt de fase van volhouden, soms terugval, en het plan bijwerken.”
Dure aangelegenheid
Voor de deelnemers is zo’n educatieve maatregel een dure aangelegenheid. “Naast de opleggingskosten van 417 euro komen de cursuskosten, die variëren tussen de 440 en 918 euro. Die moeten de bestuurders zelf betalen.”
Pech voor iemand die krap bij kas zit. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen arm of rijk. Tjalsma licht toe: “Politie en justitie leggen boetes en rijontzeggingen op. Die maatregelen vallen onder het strafrecht. En je ziet in de praktijk dat een rechter soms rekening houdt met persoonlijke of verzachtende omstandigheden bij de bestuurder. Maar de maatregelen van het CBR vallen onder het bestuursrecht. In deze procedure gaat het belang van de verkeersveiligheid altijd voor op persoonlijke belangen.”
Het effect?
De educatieve maatregelen hebben effect en dragen daadwerkelijk bij aan veiliger verkeersgedrag, zegt Tjalsma. “Gemiddeld zien we na een positief afgeronde cursus binnen een jaar ongeveer 4 procent van de deelnemers opnieuw terug bij het CBR, die dan vervolgens een zwaardere maatregel krijgen opgelegd. Dat zijn bemoedigende cijfers, maar we moeten daar wel voorzichtig mee omgaan. Voor een deel zijn we afhankelijk van externe factoren, zoals het handhavingsniveau van de politie en de pakkans. Daardoor is het lastig om de effectiviteit van de maatregelen volledig objectief en causaal vast te stellen. Tegelijkertijd geven de resultaten wel aanwijzingen dat de maatregelen voor een groot deel van de deelnemers bijdragen aan blijvende bewustwording en gedragsverandering.”
Mannen en jongeren
Wat zijn het eigenlijk voor mensen tegen wie zo’n maatregel wordt opgelegd? Vaak zijn het mannen, aldus cijfers van het CBR; zo’n 83 tot 95 procent. Ook degenen bij wie een onderzoek naar alcohol- en drugsgebruik wordt gedaan zijn overwegend man.
De leeftijden variëren, afhankelijk van het delict. Jongeren vertonen vaker gevaarlijk rijgedrag: van de bestuurders tegen wie een gedragsmaatregel wordt opgelegd, is 44 procent jonger dan 25 jaar. Een onderzoek naar alcohol en drugs wordt relatief vaak opgelegd aan bestuurders in de leeftijdsgroepen 25 tot 34 jaar (42 procent van de gevallen) en 35 tot 49 jaar (34 procent van de gevallen).
Bestuurders boven de 50 jaar krijgen de minste educatieve maatregelen opgelegd. Uitzondering is de maatregel alcohol in het verkeer: die wordt in 21 procent van de gevallen aan 50-plussers opgelegd.
De cijfers sluiten aan bij de bevindingen van TeamAlert, eerder dit jaar (https://vereende.nl/kennis/de-achterliggende-factoren-die-zorgen-dat-veel-jongens-en-jonge-mannen-omkomen-in-het-verkeer/). Deze voorlichtingsorganisatie ziet ook relatief vaak mannen en jongeren de fout ingaan in het verkeer.
Stijging
De aantallen bestuurders aan wie een onderzoek of educatieve maatregel is opgelegd, zijn het afgelopen jaar sterk gestegen: in 2025 ging het om ruim 31.000 verkeersovertreders, tegenover een kleine 25.000 in 2024. Maar of dit ook betekent dat het aantal bestuurders dat de wet overtreedt is gegroeid, durft Tjalsma niet te zeggen. “De toename wordt in elk geval voor een deel veroorzaakt doordat de meldingen van drugsgebruik in het verkeer nu geautomatiseerd zijn. Voorheen moesten politieagenten dit handmatig aan ons doorgeven en bleven meldingen wel eens liggen.”
Verontrustend
Hoe dan ook, de aantallen zijn verontrustend. Zo werden in 2025 in Nederland gemiddeld 131 boetes per dag uitgeschreven voor rijden onder invloed van alcohol of drugs.
En het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) schat in dat ongeveer 12 tot 23 procent van alle verkeersdoden samenhangt met alcoholgebruik in het verkeer. (Het gaat hier om alle verkeersdeelnemers, niet alleen automobilisten.)
Dat betekent over 2025 dat circa 91 tot 175 verkeersdoden voorkomen hadden kunnen worden als de verkeersdeelnemer nuchter was gebleven. Tjalsma voegt daaraan toe: “Die schatting is waarschijnlijk de ondergrens, omdat bij verkeersdeelnemers die zijn omgekomen bij een ongeval niet wordt onderzocht of zij alcohol of drugs hadden gebruikt. Dus de aantallen zouden nog hoger kunnen liggen.”
Bovenstaand nieuwsbericht is gepubliceerd
op 25-09-2026. Dit bericht is met veel zorg en aandacht samengesteld.
Desondanks kunnen wij niet volledig instaan voor de correctheid, volledigheid of actualiteit van
de informatie.
Maak een afspraak met ons om de meest recente informatie te ontvangen.